Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AV5293

Datum uitspraak2006-02-01
Datum gepubliceerd2006-03-17
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Leeuwarden
ZaaknummersWAHV 05/00899
Statusgepubliceerd


Indicatie

Zekerheidstelling als bedoeld in art. 11 WAHV op derdenrekening van een advocaten- en notarissenkantoor niet mogelijk.


Uitspraak

WAHV 05/00899 1 februari 2006 CJIB 49076370904 Gerechtshof te Leeuwarden Arrest op het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank te Groningen van 20 april 2005 betreffende [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), wonende te [woonplaats] 1. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Groningen niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. 2. Het procesverloop De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Hierbij is verzocht om een behandeling ter zitting. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep. De advocaat-generaal heeft een reactie gegeven op de nadere toelichting op het beroep. Bij brief van 20 oktober 2005 zijn partijen uitgenodigd op 9 november 2005 ter zitting te verschijnen. Bij fax van 9 november 2005 heeft de betrokkene verzocht de behandeling van de zaak aan te houden. De voorzitter heeft op de zitting van 9 november 2005 de behandeling van de zaak voor onbepaalde tijd aangehouden. Bij brief van 12 december 2005 zijn partijen uitgenodigd op 18 januari 2006 ter zitting te verschijnen. De zaak is op voornoemde datum behandeld ter zitting. De betrokkene is verschenen. Als gemachtigde van de advocaat-generaal is verschenen mr. N.D.P. van der Hoek. 3. Beoordeling 3.1. De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene niet-ontvankelijk verklaard, omdat geen zekerheid is gesteld. 3.2. De betrokkene stelt zich op het standpunt dat hij wel zekerheid heeft gesteld. De betrokkene heeft het vereiste bedrag op de derdengeldrekening van Trip Advocaten en Notarissen gestort. Deze wijze van zekerheidstelling is volgens de betrokkene geoorloofd aangezien storting op een derdengeldrekening een juridisch juiste wijze van zekerheidstelling is. Tevens staat in een publicatie van het Wetenschappelijk Onderzoek en Documentatiecentrum van het Ministerie van Justitie, betreffende de Indicatoren voor de werklast van de Wet Administratiefrechtelijke Handhaving Verkeersvoorschriften letterlijk: "een borg ter hoogte van de initiƫle sanctie die in depot wordt gestort.". In het rapport staat nergens vermeld dat de zekerheid uitsluitend bij het CJIB kan worden gesteld. De betrokkene voert tevens aan dat hem nimmer is medegedeeld dat de zekerheidstelling alleen maar op de rekening van het CJIB mocht worden gestort. De betrokkene had twee maal aangegeven de zekerheid te storten op een derdengeldrekening. Hierop heeft de officier van justitie vervolgens niet gereageerd. De betrokkene is, hoewel tegen zijn principe, alsnog bereid het bedrag aan zekerheid bij het CJIB te storten. 3.3. Uit de stukken van het geding blijkt onder meer het volgende: - Bij brief van 14 februari 2005 heeft de betrokkene beroep ingesteld tegen de beslissing van de officier van justitie. De betrokkene voert in het beroepschrift omtrent de zekerheidstelling het volgende aan: "Voor wat betreft de zekerheid deel ik u mee dat ik deze over veertien dagen na dagtekening dezes zal overmaken op de derdengeldrekening van Trip Advocaten en Notarissen te Groningen onder vermelding van "CJIB beschikking 49076370904". Hiermee voldoe ik aan de wettelijke eis tot zekerheid stellen. Indien u hiermee niet instemt, dient u dit binnen veertien dagen na dagtekening middels aangetekend schrijven aan mij kenbaar te maken. U dient dit beroep dus hoe dan ook in behandeling te nemen, aangezien de storting bij Trip volledig rechtsgeldig is.". - De officier van justitie heeft op 21 februari 2005 een ontvangstbevestiging verzonden aan de betrokkene. In deze ontvangstbevestiging staat omtrent de zekerheidstelling onder meer het volgende vermeld: "(...) De zekerheid wordt gesteld bij het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) te Leeuwarden, hetzij door middel van de aan u toegezonden acceptgiro, hetzij anderszins door storting op de rekening van het CJIB (rekeningnummer: 347609) onder vermelding van het beschikkingsnummer.". - De betrokkene heeft bij brief van 23 februari 2005 op de ontvangstbevestiging gereageerd. Omtrent de zekerheidstelling heeft de betrokkene onder meer het volgende aangevoerd: "Aangezien mijn schrijven van 14-2-2005 in goede orde is ontvangen, en ik uit uw schrijven niet anders verneem dan de standaard opmerking over de zekerheid die ook al vermeld was op de beslissing, ga ik er van uit dat de storting van de zekerheid op de derdengeldrekening van Trip Advocaten en Notarissen te Groningen uwerzijds geen belemmeringen opleveren om het beroep verder in behandeling te nemen. Ik verwacht overigens wel per ommegaande uw bevestiging dezes.". - De officier van justitie heeft op 8 maart 2005 aan de betrokkene een brief gestuurd omtrent de zekerheidstelling. In deze brief staat - zakelijk weergegeven - vermeld dat volgens het CJIB door de betrokkene nog geen zekerheid was gesteld en dat de betrokkene nogmaals in de gelegenheid wordt gesteld om binnen 30 dagen na de verzenddatum van de brief zekerheid te stellen. Verder staat vermeld dat de zekerheid wordt gesteld bij het CJIB te Leeuwarden. - Bij brief van 10 maart 2005 heeft de betrokkene op de brief van de officier van justitie d.d. 8 maart 2005 gereageerd. De betrokkene voert aan: "Aangezien mijn schrijven van 14-2-2005 in goede orde is ontvangen, en u mij niet, zoals duidelijk gesteld in mijn schrijven, per aangetekende brief van uw standpunt op de hoogte hebt gebracht, stort ik binnen 14 dagen na heden de gevraagde zekerheid van Euro 45,- op de derdengeldrekening van Trip Advocaten en Notarissen. Een bevestiging daarvan zal ik u doen toekomen. Ik verwacht per omgaande uw goedkeuring in deze.". - Op 20 april 2005 heeft de kantonrechter het beroep van de betrokkene wegens het niet stellen van zekerheid niet-ontvankelijk verklaard. 3.4. Art. 11, eerste lid, WAHV bepaalt dat het beroepschrift en de op de zaak betrekking hebbende stukken door de officier van justitie aan de rechtbank ter kennis worden gebracht binnen zes weken nadat de indiener zekerheid heeft gesteld voor de betaling van de sanctie, dan wel nadat de termijn daarvoor is verstreken. 3.5. Bij de Wet van 15 mei 1997 tot wijziging van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften en van het Wetboek van Strafvordering (Stb. 1997, 212) is onder meer het derde lid van art. 11 WAHV ingevoerd. Dit lid luidt als volgt: "De zekerheid wordt door de indiener bij het Centraal Justitieel Incassobureau te Leeuwarden, bedoeld in artikel 1 van het Besluit Instelling Centraal Justitieel Incassobureau, gesteld, hetzij door middel van de aan betrokkene toegezonden acceptgiro, hetzij anderszins door storting op de rekening van het Centraal Justitieel Incassobureau. De officier van justitie wijst de indiener van het beroepschrift na de ontvangst ervan op de verplichting tot zekerheidstelling en deelt hem mee dat de zekerheidstelling dient te geschieden binnen twee weken na de dag van verzending van zijn mededeling. Indien de zekerheidstelling niet binnen deze termijn is geschied, wordt het beroep door de kantonrechter niet-ontvankelijk verklaard, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.". 3.6. De nota van wijziging (Kamerstukken II, 1995-1996, 23 689, nr.6) houdt onder meer het volgende in: "In het derde lid stellen wij een aantal samenhangende wijzigingen voor in de wijze waarop en de instanties waarbij de zekerheid voldaan wordt. Ten eerste stellen wij voor om alle betalingen voortaan via het CJIB te laten lopen. Dit biedt het grote voordeel van eenheid in de betaling en eventueel terugbetaling van de zekerheidstelling en van de kosten. Beide zijn steeds in handen van dezelfde instantie, namelijk het CJIB. Dat biedt duidelijkheid voor de indiener van het beroepschrift.". 3.7. Een redelijke uitleg van art. 11, derde lid WAHV brengt mee dat de voorgeschreven mededeling van de officier van justitie tenminste moet inhouden dat op grond van een wettelijk voorschrift (art. 11 WAHV) zekerheid dient te worden gesteld voor de betaling van de opgelegde sanctie en dat het bedrag van de zekerheidstelling gelijk is aan het bedrag van die sanctie, en voorts de wijze waarop en de termijn waarbinnen zekerheid dient te worden gesteld, alsmede dat wanneer tijdige zekerheidstelling achterwege blijft het beroep door de kantonrechter niet-ontvankelijk kan worden verklaard. 3.8. Nu de door de officier van justitie verzonden zekerheidsbrieven voldoen aan de door de wet gestelde eisen en de WAHV voorschrijft hoe de zekerheid moet worden gesteld, waartoe niet behoort de mogelijkheid die door de betrokkene is voorgesteld, is het hof van oordeel dat de betrokkene niet aan de verplichting tot zekerheidstelling heeft voldaan. Het feit dat in een publicatie van het Wetenschappelijk Onderzoek en Documentatiecentrum van het Ministerie van Justitie, betreffende de Indicatoren voor de werklast van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften, niet staat vermeld dat de zekerheidstelling uitsluitend bij het CJIB dient te geschieden, maakt dit niet anders. 3.9. Het hof overweegt voorts dat het feit dat de officier van justitie op het schrijven van de betrokkene middels een standaardschrijven heeft gereageerd en niet heeft gereageerd op de wijze zoals de betrokkene wenst, niet meebrengt dat gesteld kan worden dat de betrokkene niet in verzuim is geweest, noch meebrengt dat de betrokkene alsnog in de gelegenheid zou moeten worden gesteld om het bedrag aan zekerheid bij het CJIB te stellen. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter dan ook bevestigen. 4. De beslissing Het gerechtshof: bevestigt de beslissing van de kantonrechter. Dit arrest is gewezen door mr. Van Wagtendonk, in tegenwoordigheid van mr. Meijering als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.